Met de botte bijl

Bijltjesdag 

Nee,het bijltje erbij neerleggen daar beginnen we niet aan. Maar we begraven wel de strijdbijl. Met onszelf. En met web-log. Want we hadden er héle uitgesproken ideeën over. Dat we de boel pas zouden opdoeken wanneer elk, ons zo aan het hart gaand logje, in een album zou staan. Om op papier nog eens na te kunnen lezen. Een na-slagwerk dus. Leuk bedacht. Maar het heeft nogal wat voeten in de aarde. Ondertussen waren we wat het web-log betrof al een tijdje het bijltje kwijt. Hernieuwe vormgeving, een dashbord om de boel mee aan te sturen en dat eeuwige gerommel met het plaatsen van foto's….

Met de komst van onze kleine Matseman ligt de tijd van urenlang rotzooien achter de pc voorlopig definitief achter ons. Daarnaast, nu we toch drastisch aan de slag gaan door onze boel in Nieuwegein met man en muis op te pakken en te verkassen, ligt het voor de hand weblogtechnisch met hetzelfde bijltje te hakken. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Tenslotte stond onze nieuwe stek, onze wébstek in dit geval, de afgelopen weken al behoorlijk in de steigers. Een makkelijk te onderhouden, snel weg te loggen, wellicht estetisch minder bedeelde doch zoveel fotovriendelijkere, webstek. Ons op een presenteerblaadje aangereikt door onze vriendjes van Huize Puntjevanjeneus. Echter de beheerster van déze gezinblog kiest graag de moeilijkste weg als ze boel nog even kan rekken. Dan moet ze zonodig het bijltje met de lange steel gaan zoeken. Maar we hebben méér met dat bijltje gehakt. Aan zelfkennis, zo denken we, geen gebrek. Dus werd het tijd met de botte bijl te gaan hakken. En besloten we per direct tot bijltjesdag. We gaan verkassen en wel vandaag! Anders is moeders nog in staat om zelfs dáár een traantje om te plengen. Terwijl we de komende weken, máánden wel wat anders te doen hebben. In tijden van nood scheert men zich met een bijl; we verlaten onze woonstee voor iets tijdelijks. Een dak boven ons hoofd, plaats voor al onze spulletjes. En hopen dat onderkomen eind van dit jaar zeker voor iets nieuws, moois, definitiefs en vooral éigens te mogen verruilen. Hier op het weeweewee pakken we het wat slagvaardiger aan. Verhuizen de boel per vandaag over en nemen de kinderziekten maar even voor lief. Wij loggen elders vrolijk verder en hopen u daar net zo per direct te mogen verwelkom. Hollandsgloria.com. Wij gingen voor de bijl. Hopelijk u ook!

Partir cést mourir un peu…

Eén mei stond er als overdrachtsdatum op de koopakte die we ergens november, vorig jaar, tekenden. En november vórig jaar is héus nog maar een week of zes geleden hè. Dat u even bij de les blijft en zich voorál niet laat misleiden….Mei. Mooi. Dacht ik nog. Reuze symbolisch. Want op 1 mei, exact acht jaar geleden tekenden wij de koopakte voor datzelfde huis. Echter toen als kópers. Ditmaal waren wij de vérkopende partij. Eén mei dus. De cirkel rond. Wat een gruwelijk eind weg nog. Vólgend jaar pas. En ik drukte mijn pasgeboren wurmpje nog eens extra dicht tegen me aan. Begroef mijn gezicht in zijn warme nekje en vertrok vervolgens naar boven. Tijd om te voeden.

En zo zit je, nog vol van je bevalling, koud enkele weken achter de rug, compleet in ontkenning.  En zo sta je. slechts een week of zes láter dus, op een regenachtige dag in januari met de kalender in handen, een brok in je keel weg te slikken wanneer je de weken aftelt die nog tussen jou en alweer de vólgende bevalling staan. Want een bevalling is het. Zo durven we te stellen. Wanneer je warme, veilige en vooral vertrouwde 'comfort zone' van wat acht jaar lang huis en haard, of liever gezegd, thúis, was, gaat verlaten. Je door een nauwe tunnel van tijd, het regelen van hypotheek, vriendjes maken met de aannemer, goochelen met de agenda's, je losweken van dat eerdergnoemde thuis, het vinden van school en kinderdagverblijf die aan de hoge standaard van wat je achterlaat dienen te voldoen, het zoeken van een baan, het tot twéé keer toe verhuizen van je gehele hebben en houden en dat alles met je complete vijfmansformatie, moet zien te worstelen. Om straks, in een gevoelsmatig geheel nieuwe wereld, voet aan wal te zetten. En daar vervolgens vast nog wat traantjes te plengen. Omdat je moet wennen aan het nieuwe licht. Omdat het even duurt voordat het nieuwe stekje evenzo vertrouwd aanvoelt als het verlaten, veilige nest. Goed. De parallellen liggen voor de hand. Waar het hart vol van is….

Moeten we wél even eerlijk blijven natuurlijk: een logje als dit moet je eigenlijk ook helemaal niet schrijven als je je kleuter zojuist zingend de klas hebt in zien huppelen waar hij sinds afgelopen zomer deel van uitmaakt. Een heuse date zien maken met één van zijn vriendinnetjes en vervolgens tevreden plaats zien nemen naast één van zijn maatjes om samen enorm 'kleuterig' te gaan zitten gniffelen om een boekje vol poep. Geen tijd om mama met meer dan een hoofdknik gedag te zeggen. Want zoiets werkt op de emoties. Een soortement van Pavlov reactie; zie je kind gelukkig zijn en je zou terstond alles laten zoals het is. Welke ouder kent het niét.

Terwijl we toch heus voorop kunnen stellen: het is vooral léuk! Het heeft, zo hebben wij een zeer, diep-donkerbruin vermoeden, waarschijnlijk nog wel wat voeten in de aarde. De komende negen maanden Om zo, geheel toevallig de parallel nog even door te trekken. Maar wie mag er, huis-en-haard-tenchnisch nou zomaar helemaal, dat wil zeggen, voor zover de portefuille diep is, lós?! Vlijtig elk woongerelateerd tijdschrift dat de afgelopen jaren verzameld werd aan stukjes knippen en een reuze trendy plakboek samenstellen met al wat je zo dolgraag in je nieuwe kot terug zou zien. Interieurdesigner, home-styliste, binnenhuis-architect. Plotsklaps hebben we meer dan kaas gegeten van het laatste keukendesign, weten we dat wit het nieuwe zwart is, dun het nieuwe dik we hebben het hier over aanrechtbladen hè mensen, wegen we ruig-landelijk af tegen rustiek-design, -met of zonder greep, zijn we doldriest op zoek naar de meest prestigieuze pot-om-op-te-poepen, vragen plots vertwijfelt af wat nu precies het verschil is tussen vérticale tegeltjes van 20 bij 50 en hórizontale tegeltjes van, juist  , 20 bij 50, zetten we al menig boompje op over 'spuiten-en-smeren' en besloten op voorhand – en ná het laatste kotsdebacle van de kleinste dame des huizes-  nimmer te meer carpet, tapijt of doodordinair: vloerbedekking in onze woonstee te, laten, leggen. No matter what the weave….

Dus negeren we stelselmatig Jelle zijn alerte opmerkingen over of zijn vriendjes dan straks óók meeverhuizen. Floor haar stellige 'ikke staks ook naar juf Stiny toe hè mama'. De buurvrouw die een pruillip opzet en er serieus van overtuigd is dat 'er vast nóóit meer van zulke-leuke-mensen komen te wonen'. Negeren de wetenschap dat Mats straks in het nieuwe huis, nóóít van zijn lang-zal-ze-leven meer in het wiegje gaat passen en negeren het overduidelijke, onvermijdelijke 'partir c ést mourir un peu…Maar richten ons voor de verandering maar eens op alle ruimte die we straks hebben, op de school die er daar zo gezellig uitziet. Op die vriendin-ver-weg die óók die kant op komt. Op al die staan te juichen dat we afzakken…en rijden nog maar eens een extra rondje om ónze put! Onze put, ons droomhuis! Ja. Partir cést mourir un peu. Maar de vlieger 'don't cry because it's over, smile because it has happened' gaat evenzogoed op!

Zó 2010

Sja. En dan is je baby ineens van vórig jaar. Vierde je voor het láátst kerst, oudjaar en soortgelijke feestelijkheden in je huidige huis. Spendeerde je in een fractie een klein fortuin omdat je 'even' tussendoor een keuken kocht. Voor dat huis dat momenteel nog nauwelijks meer is dan een eh, put, dus. En gaapte je je het oude jaar, ondanks het aangenaam verpozen en het even aangename gezelschap, gedag om daarna op een holletje de bank voor je bed te verruilen. Sliep die eerder genoemde babyvervolgens ineens de nacht door.

En zo sta je gevoelsmatig in spagaat vanwege alle eerder genoemde gekkigheden bij elkaar; zijn lijf en leden na ruim een maand vol ziek-zwak-en-misselijk, in jubelstemming vanwege die lánge, lánge nacht van zeker zeven uur aan één stuk. Uberhaubt ook de meest voor de hand liggende reactie hoor…Slikt het nog steeds wat benevelde verstand een brokje weg: groot groeien in het kwadraat, dát was niet de afspraak die kleintje en ik eerder maakten! Blijdschap en een stukje heimwee namen elkaar nú al bij de hand omdat het plotsklaps een opéénstapeling van afscheid nemen lijkt te gaan worden. Maar afscheid nemen betekent in dit geval evenzogoed het verwelkomen van héél veel nieuws en moois. De vijf uit Nieuwegein, of eigenlijk de zés daar Jelle stug de poes blijft meerekenen, beginnen aan een heel nieuw avontuur.

Tietenverdriet of een verhaal zonder staartje

Tietenverdriet 

De strategie leek nog zó goed uitgedacht; éérst borst dán fles, helaas; Mats had daar hele andere ideeën over. Na drie keer de door Nutrilon gesponsorde voeding hield mijnheer het voor gezien. Tien weken enkel en alleen maar mama haar melk binnen een dag teniet gedaan. De boezem mocht binnenboord blijven, de fles was in een fractie veruit favoriet.

En wat een verdriet. Bij mama die maar stug bleef proberen. Bij Mats die stug weigerde en steigerde totdat aan zijn wens tegemoed gekomen werd en hij voorzien werd van die fijne fles. Zodoende ging overdag het aanlegverbod van kracht. Om alle gemoederen maar wat tot bedaren te brengen. Maar van opgeven wilde ik nog niet weten. En dus draaide de kolf overuren om daar waar geen vraag meer kwam in elk geval het aanbod nog in stand te houden. En heel stiekem leek het er op dat Mats de stille uurtjes, in alle rust op het grote bed, nog wel te porren was voor een toetje. Mocht ik, de kerstnacht, in het donker, na de fles Mats heerlijk dicht bij me houden, voeden en tegen me aan in slaap zien vallen. Waarna ik me pardoes in de bol haalde dat ik op deze manier wellicht de mooie momentjes nog wel een maandje of wat zou kunnen rekken. Koestermomentjes. Breekbaar. Want toen, na een wat al te enerverde kerstdag, Mats op het randje van de nacht na zijn fles prompt in een haast comateuze slaap kukelde was het klaar. En op. En er was geen redden meer aan. Want de kolf was retour. Een wijs besluit dat door manlief gehaast ten uitvoer was gebracht. Wetende dat anders de grens steeds een stukje verder opgeschoven zou worden. In de hoop op ommekeer. Tegen beter weten in. Een wijs besluit. Maar met het hoofd genomen. Niet met het hart. Want ik mis het zó. Dat warme lijfje, de klokkende geluidjes, het zomaar op mijn borst in slaap vallen. Ik mis het zó. En moet wat wegslikken als ik om mij heen het knusse gekeuvel meekrijg van hen-die-het-wel-lukt. Ik mis het. Me terdege bewust van de nietigheid van mijn tietenverdriet ten overstaan van menig ander vergoten traan. Me terdege bewust van mijn breed grijnzende, stralende kind. Van mijn kleine zwaargewicht, het jongetje dat eenieder met zijn lieve lachebekkie om zijn kleine pink weet te winden. Van mijn rijkdom. Maar ik mis het. En pro of contra; Alle argumenten, voordelen, nadelen, feiten en meningen kunnen me vandaag gestolen worden. Ik kom er wel overheen. Met mijn kleine man dicht tegen mij aan. Tevreden een warm flesje melk wegklokkend. Makkelijk. Morgen. Maar nu heb ik tietenverdriet.

Bodemloze put

 Bodemloze put

Nodepie! Om maar eens met de deur in huis te vallen! Zit je zomaar een werkelijk gestolen uurtje op een gevoelsmatig zomaar willekeurige avond op de bank. Bij hoge uitzondering de laptop op schoot; komt het besef keihard binnen. De zojuist eigenhandig in elkaar gedraaide variatie op de 'Brabantse Koffietafel' die je, gevuld met kaarslicht in het oog springt. De onwaarschijnlijke opvallende hoeveelheid rust en stilte in huis, gerelateerd aan het gebrek van een kleuter en peuter in huis op een vrij onwaarschijnlijk -want: laat- tijdstip….Het is kerstavond! Het is kerstavond en de meute is aan de hand van pa, vergezeld door opa en oma, naar het kinderkerstfeest….

Dat is een waarlijk verrassende wijze om onder je spreekwoordelijke steen vandaan te komen! Want -ook u viel het geheid op- de belevenissen in huize Hollands Glorie waren de laatste paar maanden vooral en opeenvolgend, buik-, barens-, baby- en borstgerelateerd. Wij krulden ons waar mogelijk -en soms noodgedwongen- op in het coconnetje van ons eigen gezinnetje. Sloten met het binnenvallen van koning Winter, ramen en gordijnen en daarmee ook een stukje van de wereld buiten. Fijn, noodzakelijk en soms, heel soms een beetje benauwend. Maar zoals eerder, langs de neus vermeld: baren, borstvoedden en kniehoog door de luiers waden -wat ons met ingang van januari én het hernieuwde kliko-ophaal-systeem waarbij het aloude eervolle beroep van vuilnisman wordt gereduceerd tot vrachtwagenchauffeur en heftruckbediende, nog grootste problemen gaat opleveren daar het deze afgelopen periode schier onmogelijk bleek aan de voorafgestelde eisen van een nauwgesloten kliko-deksel waarbij de gehele combinatie van kliko-met-afval niet aan de 75 kilo in gewicht voorbij mag gaan daar de hefboomconstructie van de hypermoderne-aan-alle-ARBO-eisen-voldoenende-vuilniswagen dan mogelijkerwijs zóu kunnen beschadigen en dús blokkeert, te voldoen. Met al die luiers dus. Maar. Dat terzijde. Ik dwaal af .Ah, zoiets dácht u al… Het ging er dus om dat dat heus niet ál was wat wij deden. Wat u dan op uw beurt vast geheel vanzelfsprekend gaat vinden omdat peuter en kleuter gelukkig gezond en wel ook stug blijven groeien en bloeien. En vanalles ondernemen. Ons daarbij úit ons coconnetje en in hun kielzog meesleurend. Dat klopt. Maar datgene waar we hier graag melding van maken deden we zónder de peuter en kleuter. Volledig op ons eigen, al dan niet hormonaal beinvloedde houtje.

Eenieder die ons maar een béétje kent weet ondertussen uit ervaring dat verbouwen en zwanger zijn hier namelijk hand in hand gaan. Zijn we zwanger, gaan we verbouwen. Gaan we verbouwen, kun je er prat op gaan dat de hormonen weer hoogtij vieren. Maar na twee zwangerschappen, negen maanden óp, negen maanden áf, waren wel zo'n beetje klaar; Keuken, zolder, badkamer, wc, woonkamer én tuin werden in de afgelopen vijf jaar grondig onderhanden genomen. We konden op onze lauweren, of in elk geval ín ons strak vormgegeven paleis gaan rusten…

Maar ja, zwanger. En dus móesten en zouden we iets ondernemen. Maar ditmaal trokken we *kuch* onze overall voor de verandering eens niét aan. Lieten diamantboor, waterpomptang, gipsblokken en opa eens voor wat ze waren en trokken nóg groffer geschut van stal; De Makelaar!  En daar kunnen we kort over zijn: Die kwam, zag en overwon. De stek die al bijna acht jaar lang ons thuis is, waar bloed, zweet en tranen en een hoop getier in zijn gaan zitten, waar we onze wittebroodsweken, maanden, sleten. Dat huis waar we, zover we weten, onze baby's bakten en waar ze, afgebakken, na bevallen buitenshuis, ook weer netjes afgeleverd werden. Ons plekje waar we minstens twaalf fotoalbums vol herinneringswaardige momenten meemaakten. Het huis op het zonnige en zeer zweterige zuiden. Waar we ons vaak al voor het einde van de winter in het voorjaarszonnetje mochten wentelen. Dat huis. Dat gaan we inwisselen. Voor, wat wij vorige week met eigen ogen konden aanschouwen; Een put. Een bouwput. Een bódemloze put. En nu niet heel kien opmerken dat u, ondanks het witte laagje, héus wel een bodem ziet -dat doen wij namelijk ook. Maar voorwerk bij keuken- en badkamerboer, het doorspitten van menig, hier in de voorgaande jaren zorgvuldige bewaard, woonmagazine leerde ons dat dit gat in de grond zonder twijfel ál onze spaarcentjes gaat opslokken. Een gat in de grond dat zich kan meten met het gat in moeders hand! Wat dat voorwerk én het toeren door het al bestaande stukje van onze toekomstige nieuwbouwwijk ons daarnaast óók leerde, was dat het móói gaat worden! En gróót! En fijn! En thuis. En als we dan tegen die tijd tóch op een houtje moeten bijten doen we dat dan in elk geval in ons eigen VT-wonen verantwoordde paleisje. In het Brabantse land. Waar wij, Deo Volente, ons leven mogen gaan slijten tussen de Peeënstekers. Zo onder onze steen vandaan de klei in!

Bodemloze put2 

Brilberen (zeg het hárder)

Het is even wennen. Zit je daar, als moeder-van-drie plotsklaps een soort van tijd over te hebben! Niet écht natuurlijk -want de wc moest nog schoon, de wasmand is álweer vol, er moet nog eten op tafel vanavond- maar ik zit en heb de tijd me te bedenken wélk van die klussen mijn ultieme favoriet is!

De zoon slaapt namelijk voorbééldig in zijn bedje en het peutermeisje zit even engelachtig naast me te puzzelen. Op één enkel uitje het gruwelijk smerige, drijfnatte en steenkoude pisweer in, om onze kleuter uit school te halen, na hoef ik nergens meer heen. Tijd om de laptop eens onder het stof vandaan te halen en wat achterstallig logwerk te verrichten. Weer eens wat te melden over de kleuter. Die in de afgelopen weken wederom weer eens totaal onverwacht wat reuzesprongen maakte en over onvermoedde talenten bleek te beschikken.

Denk nu niet dat ik Jelle bij voorbaat onderschat, maar ik was er stellig van overtuigd dat het joch niet kon tekenen. Een enkele ongeinterresseerde kras – van links naar rechts of andersom – wanneer er een 'wit blaadje' tesaam met een uiterst motiverend "kom, leuk! Een poppetje tekenen"- geserveerd werd. Een licht schouderophalen en daarna, mocht mijnheer überhaubt in de stemming zijn, het verzoek om een kleurplaat van Dora en de roze stiften. En dan plots, zoals vele malen eerder, als donderslag bij heldere hemel, waren ze er: De Koppoters. Even achteloos als ontspannen op het papier neergezet. Om vervolgens met een razend tempo ingewisseld te worden voor heusche beren! Beren met oren, beren met ogen en beren met brillen. Natuurlijk. In-boomhutten-wonende-beren-met-brillen. De meest voor de hand liggende opvolgers van De Koppoter. Ik had zowaar nauwelijks toelichting nodig bij de -eigenlijk voor zich sprekende- creaties. En ik vind ze briljant. Ik vind hém briljant. Mijn, al zouden we ondertussen beter moeten weten, immer weer verrassende oudste.

Doorstart

Het mag dan lijken of wij hier momenteel het hoofd maar net boven onze eigen waterlanders weten te houden; niets in minder waar. Tenslotte is er niet 'twentyfour-seven' de tijd om te weeklagen over een teleurstellende ervaring met voeden-van-de-voorgevel of een schrijnend tekort aan slaap. Life goes on. En dat niet alleen.

We maakten de afgelopen weken ook een doorstart waar het de plannen betreft die afgelopen voorjaar plots op een laag pitje gezet werden. Wilde plannen die we gezien de werkgerelateerde omstandigheden van pa en moe maar eventjes op de sudderstand zetten.

Eenieder die ons maar een béétje kent weet ondertussen uit ervaring dat verbouwen en zwanger zijn hier hand in hand gaan. Zijn we zwanger, gaan we verbouwen. Gaan we verbouwen, kun je er prat op gaan dat de hormonen weer hoogtij vieren. Maar na twee zwangerschappen, negen maanden óp, negen maanden áf, waren wel zo'n beetje klaar; keuken, zolder, badkamer, wc, woonkamer én tuin werden in de afgelopen vijf jaar grondig onderhanden genomen. We konden op onze lauweren, of in elk geval ín ons strak vormgegeven paleis gaan rusten….Maar ja, zwanger. En dus móesten en zouden we iets ondernemen. Maar ditmaal trokken we *kuch* onze overall voor de verandering eens niét aan. Lieten diamantboor, waterpomptang, gipsblokken en opa eens voor wat ze waren en trokken nóg groffer geschut van stal; De Makelaar! Die kwam, zag en overwon. De stek die al bijna acht jaar lang ons thuis is, waar bloed, zweet en tranen en een hoop getier in zijn gaan zitten, waar we onze wittebroodsweken, maanden, sleten. Dat huis waar we, zover we weten, onze baby's bakten en waar ze, afgebakken, na bevallen buitenshuis, ook weer netjes afgeleverd werden. Ons plekje waar we minstens twaalf fotoalbums vol herinneringswaardige momenten meemaakten. Het huis op het zonnige en zeer zweterige zuiden.

Hogere wiskunde

Hogere wiskunde 

Prachtig mooi Matsemannentje, lekker knus en warm lig je tegen me aan. Alsof er een prijs voor te behalen is zo trots ben ik wanneer ik aan alles zie dat je gulzig bij me drinkt. Hier doe ik het voor; we lijken een balans te hebben gevonden! Dat ik mijn knokkels helaas nog steeds moet stukbijten van de pijn bij het aanleggen lijkt de láátste hobbel. Ik weet het dan ook zeker, wanneer we een kwartiertje later, warm ingepakt, richting consultatiebureau rijden om je te gaan laten wegen, wij gaan iedereen het nakijken geven!

Alle tekenen duiden op het goede: na elke voeding volgt er een flinke boer. Waarna je tevreden en opgewekt aan het brabbelen en lachen slaat. Je bent een gul ventje wat dat betreft. Het ritme zit er ook uitstekend in; na het voeden in de box gelegd worden is geen enkel probleem, de mobile boven je bolleke blijkt facinerend genoeg en pas wanneer je écht moe wordt begin je te mopperen. Op naar je bedje!. Wanneer je na een poosje mopperen daarna diep in slaap valt kunnen we een kanon naast je afschieten: je slaapt als een róós! Wakker worden doe je pas wanneer er sprake is van ernstige luiervervuiling of honger. En wanneer dat is kan verschillen; u vraagt, wij draaien. Picture perfect! Geen continu huilend kereltje, maar ook geen stille hongeraar. Zeker van mijn zaak pel ik je uit je wrap, skipak, bivakmuts en andere vriesweerbestendige accessoires. Geef je een dikke knuffel en loop met je naar de dame-die-over-de-weegschaal gaat. Nieuwsgierig kijk je rond en lekker bloot mag je dan de weegschaal in!

4790 gram. De wijkverpleegkundige, die ons deze én vorige keren, bij Jelle en Floor, aan de hand nam kijkt me zonder verder iets te zeggen aan en ik hoef het boekje met jouw groeicurve écht niet open te slaan om te weten wat er nu komen gaat. 4770 gram was het laatst genoteerde gewicht. Een week geleden.

En voordat ik het in de gaten heb biggelen de tranen me over de wangen. Wéér lijkt het me niet te lukken! Ruim acht weken oud en nog geen kilo boven je geboortegewicht. Frustratie alom. Want alle informatie omtrent borstvoeding, die ik de afgelopen weken in me opzoog, ten spijt; blijkbaar is borstvoeden niét voor iedereen weggelegd! Wat een teleurstelling. Bergen verwachtingen had ik en werkelijk álles heb ik uit de kast getrokken. Misschien had ik er zélf geen idee van dat ik zóveel doorzettingsvermogen had. Maar nu lijkt het klaar te zijn. En verdomd, dat doet zeer. Misschien vooral wel omdat niémand me nu eigenlijk kan uitleggen waaróm. En dat is nu precies wat ik altijd wil horen; het waarom, het naadje van de kous. Want het zou zoveel makkelijker zijn als ik van de kink in de kabel wist. Nu blijft er steeds maar door mijn hoofd spoken dat die universitaire graad toch niet nodig zou hoeven zijn, dat dé ommekeer nog maar enkele dagen, misschien een week van ons vandaan ligt….

Thuisgekomen zet je het op een mopperen. Je begint te smakken en kijkt me vol verwachting aan. Wanneer ik maar een beetje vertwijfeld blijf staan dralen zet je het op een brullen en hak ik een knoop door; veeg de zwarte strepen van m'n wangen, neem je lekker dicht bij me, zet me met de tanden op elkaar even schrap, en ga je voeden. De verpakking flesvoeding die op het aanrecht staat zal ik straks openmaken. We vinden wel een weg. Maar waar je in negen maanden naartoe groeit, dat wat je vanaf het allereerste moment bindt; dat laat je niet één, twee, drie zomaar los. Gelukkig blijkt mijn kleine zeeman tóch wel gelukkig en doet me ook vandaag ruimschoots aan lachjes cadeau. We komen er wel, dat deden we twee keer eerder dus geheid ook deze keer!

Smile for me

Smile 

Het vier weken lang niet bijhouden van de familieblog heeft, in een familie als de onze, nogal verregaande consequenties; Een logachterstand van minstens tién noemenswaardige gebeurtenissen in het bestaan van dit vijfmanschap. Maar we hadden éventjes wat anders aan de hand. Of aan de borst liever gezegd.

En waar het hart vol van is loopt de spreekwoordelijke mond, of weblog, meestal van over. En dat zou zeker ook zo zijn, ware het niet dat een laptop zo lastig vasthoudt met een baby -bijna permanent- aan de borst! En dat zou dan vervolgens ook meteen weer het enige zijn dat er hier in huis overloopt. Want de pronte gevel, die het vloeibare goud, of bijvoorkeur, de slagroom, zou moeten geven, dóet dat ook wel, maar echt heel scheutig nu niet bepaald. Dus gingen we gevoelsmatig terug de tijd in naar de dagen dat onze, tegenwoordig van lekkere spekkuitjes voorziene peuter, net zo min overmatig floreerde op mama haar melk. En stiekem ook weer een beetje terug naar weer twee jaar dáárvoor; toen onze oudste, nu meestal zo evenwichtige, kleuter ons haast het klokje rond huilde. Dagen, weken achtereen. Mats en zijn mama hadden het even moeilijk. Taaltechnisch klinkt dat het mooist, zo met die lekker lopende beginrijm; maar dat het hier in huis niét lekker liep betekende dat ook de rest van de familie het bést een beetje moeilijk had. Maar als borstvoeden eenmaal bijt (om de verloskundige waar we enkele dagen terug voor een review van de bevalling langs mochten komen maar even letterlijk te citeren), laat het je niet meer los. En gebeten zijn we; elk uur voeden, de hele handel met een electrische kolf aanzwengelen, een ferme borstontsteking en een tranentrekkende portie spruw zijn we ondertussen verder. Een complete medicijnkast werd er op losgelaten! Inmiddels zijn we er stellig van overtuigd dat er een graad in hogere wiskunde bij komt kijken. En laat wiskunde nu nét niet moeder haar sterkste kant zijn.

Maar, voor u nu wacht, mocht u daar uberháupt op zitten te wachten, op een mooi ingeklede aankondiging van het gaan geven van de -in menigeen zijn of haar ogen ultieme oplossing voor elk opstartprobleem- fles, helaas. Want we doen het nog steeds. Borstvoeden. Noem het een principekwestie, prima. Maar het lijkt stiekempjes aan steeds beter te gaan. Want Matsemannetje, diegene waar het uiteindelijk állemaal om draait, doet het goed. Van vetrolletjes is, net als bij zijn broertje en zusje geen sprake. Maar groeien en ontwikkelen doet onze kabouter wel degelijk. En, als om dat te onderstrepen, krijgen we hier dagelijks het áller-állerliefste bevestigende gebabbel te horen. Met, als kers op de taart, een volvette lach daarbovenop!

Smileagain 

…en mijn hart brak alweer.

Pieceofmyheart 

Vier weken geleden brak er, voor de dérde keer, een stukje van mijn hart. Er brak een stukje van mijn hart en ik hield het in mijn armen. Het had handjes, voetjes, een mondje en de prachtigste wijdopen wakkere oogjes ooit. Het keek me aan, gaapte diep en vleide zich tegen mijn borst aan. Op de plaats van mijn hart….

En het komt nooit meer goed, zo weet ik. Want ik zal nooit meer compleet zijn zónder hem. Zonder hem en de twee andere stukjes van mijn hart. Die twee die al zó hard op weg zijn op eigen benen te staan. Alsof ze, haast onopgemerkt, steeds een stukje verder van je wegdwalen. Want de wijde wereld roept. En jou doodleuk achterlaten met alleen maar een stukje leeg in je borst. Terwijl je je adem inhoudt tot ze weer terug zijn. Je hart pas weer verder kan met kloppen als je hun ritmisch ademen uit hun bedjes hoort komen.

Het is vier weken terug. Een maand oud is mijn kleinste kindje. Pas een maand oud en al weer zoveel wijzer. Een krachtig lijfje, een zoekende blik en, als je boft, een lachend mondje. En de wijde wereld roept. Mijn kleinste kindje misschien nog niet zo zeer, maar wel zijn broer en zusje. Zijn papa en mama. School, kinderdagverblijf, werk, de aanstormende feestdagen, de zich, alsof het een vacuum was, in een oogwenk vullende agenda. De wereld draait onverbiddelijk door. En eigenlijk wil ik daar helemaal nog niet aan. Sluit ik mijn ogen voor de buitenwereld en speel de film van vier weken geleden in gedachten nog maar weer eens af. Mis ik die prachtige buik waaraan ik zo gehecht raakte, het getrappel daarbinnenin, onder mijn hart, dat na meer dan 25 weken zo gewoon was geworden dat mijn handen nóg wel eens gedachteloos afdwalen over mijn buik. Zoeken naar dat mensje. Maar dan hoor ik zijn zachte ademen, of zijn doordringende gehuil. Zijn smakkende mondje of dat beginnende gepruttel. En als ik hem dan in mijn armen neem, tegen mijn borst houd is er geen gemis meer; enkel mijn kindje, precies daar waar hij hoort: zo dícht mogelijk bij mijn hart. En zetten we die gestolen momentjes gewoon samen de tijd even stil. Ik en dat derde stukje van mijn hart.